Fragment uit ‘Goed genoeg’ . Een monoloog over beoordelen (2003)

Het is zomer, je zit met je ouders op de camping aan het Garda meer. Het is warm. Papa heeft de tent opgezet en mama zit op haar stoeltje aardappelen te schillen.
Ze zijn boos. Maar je weet niet waarom. Vader loopt rond de tent en trekt nog een keer hard aan alle scheerlijnen. De tent klappert er van. De aardappels plonsen in het pannetje. Jij…. Stilletjes in een hoekje. Je houdt je koest. Stilletjes blijven zitten, dan wordt er niets gezegd en dan wordt er niets gevraagd.

“Basje ….. Wat had je in de auto beloofd?”
Ze hebben me door.
“Maar ik weet niet waar het is, en het is zo warm!” “We hebben het allemaal warm Basje. Ik heb het warm en pappa heeft het helemaal warm. Niet waar pappa? Van al dat getrek aan de tent krijgt pappa het heel erg warm.
Iedereen in Italië heeft het warm, daarom maken de Italianen ze zich ook niet zo druk over die paar scheerlijnen die voor het wasgoed gebruikt moeten worden. Mamma moet toch zorgen dat jullie schoon blijven. Anders gaan we er straks nog als Italiaanse zigeuners uitzien. En zo vies willen we niet worden Basje. Toch?”

“Kom Basje, belofte maakt schuld en stel me niet teleur”.

“Maar ik weet niet wáár het is!!”
Ze sleurt me over de camping. Overal boze vaders en boze moeders. Ze schudden hun hoofd als ik huilend achter mijn moeder aanhol.
Opeens stopt ze. Ze pakt haar zakdoek en veegt mijn gezicht schoon.
En nou ophouden met huilen zegt ze. Straks zien al die kinderen wat een kinderachtige jongen jij nog bent. Je bent verdorie al 8. Ze vreten je echt niet op hoor. De leiding schijnt er voor geleerd te hebben.
Ik hou mijn mond. En zie allemaal vreemde kinderen in een kring zitten. Er zit ook een jufrouw bij, net als op school. Ze lacht naar me en ze wenkt. Maar ik verzet geen stap.
Ik zie de kinderen denken. Wat een huilebalk, wat een schijtert. Daar hebben we niets aan. Met zo’n jankert ken je niet lachen. En die spillebeentjes kunnen vast niet goed tekkelen.
De juf wenkt nog een keer en nog een keer. Maar nu lacht ze niet meer. Ze vindt dat ze nu lang genoeg gewacht heeft. En dat vind mijn mama ook. Want ze geeft me een tik op mijn billen en een harde duw.
Mama is lief, maar die tik deed echt pijn en de duw was veel te hard. Ik tuimel de kring binnen en val op mijn gezicht in het zand. Alle kinderen lachen. Wat een rund roepen ze, wat een oen. Hij kan niet eens gewoon in de kring komen zitten. Is dat nou zo moeilijk!!
Ik kijk en zie al die gezichten lachen. “Help!!” denk ik. Ik klauter op en val nog een keer. En nog een keer en nog een keer. Ik spartel met mijn armen en met mijn benen. Maar nu doe ik het expres. Ik doe expres of ik nog een keer val. Ik laat me expres met mijn gezicht hard in het zand vallen. Ik hap expres in het zand. Alle kinderen lachen nog harder en nog harder. Ze lachen tranen met tuiten. En ik ook.
Dan zegt de juf. Kom er nu maar bij zitten Basje. En een van de kinderen maakte een plaatsje voor me vrij.
Dat was lachen jongens zegt de juf. Zo’n clowntje kunnen we wel gebruiken.
Mijn schouder doet pijn van het vallen en het zand knarst in mijn mond.
En ik zie mijn mama weglopen. Ze kijkt nog een keertje om. Ze lacht en steekt haar duim omhoog. Gelukkig ze is niet meer boos.
Hoera!! Ik heb een geheime truc gevonden.